Koningin van de Cariben!

Eeuwenlang gold de rijke havenstad Cartagena de Indias aan de noordkust van Colombia als de onbetwiste koningin van de Cariben. Nu leeft de stad opnieuw op, met prachtige boetiek hotels in paleisachtige panden. Ook de lokale gastronomie is niet achtergebleven.

Jurriaan Teulings - Tekst en fotografie

Waarom juist Cartagena is opgeleefd als dé grootste trekpleister van Colombia is goed te verklaren. De oude havenstad heeft sinds de 19e eeuw weliswaar zijn economisch belang, maar niet zijn schoonheid verloren. Het historische centrum is nota bene in zijn geheel tot UNESCO werelderfgoed uitgeroepen. Hier omhelzen pittoreske stadsmuren een sprookjesachtig doolhof van koloniale architectuur en knusse keistraatjes waar bougainville welig over gevels en balkons woekert. De enige ‘files’ die je er tegenkomt bestaan uit paard-en-wagens.

De laatste jaren zijn de 17e- en 18e-eeuwse villa’s van de rijke handelslieden en Spaanse adel een voor een opgekocht en omgetoverd tot prachtige boetiekhotels. Op de binnenplaatsen openden stijlvolle restaurants en groef men verkoelende zwembaden. Zo werd het fabelachtige hotel Casa Pestagua gebouwd in het vervallen paleis van een 18e-eeuwse aristocraat; bij de restauratie werden originele fresco’s onder de verflagen aangetroffen. Minstens net zo imposant is het hotel Casa San Agostín, een samenvoeging van maar liefst drie monumentale panden uit de 17e eeuw, waarvan de binnenplaatsen werden verbonden met een L-vormig zwembad.

Het spectaculaire Sofitel Legend Santa Clara is gevestigd in een voormalig nonnenklooster. Het kijkt uit op de oude stadsmuur en het huis van Colombia’s literaire held, Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez. Een van diens boeken, Over liefde en andere duivels, speelde zich nota bene grotendeels af in het klooster. Een ander, Liefde in tijden van cholera, op de straten eromheen. Daar ligt zijn kenmerkende magisch realisme dan ook voor het oprapen. Op plekken als El Portal de los Dulces — het ‘portaal der zoetig- heden’ — waar verkopers felgekleurde snoepjes van gedroogd fruit en rietsuiker aan de man brengen, zijn de taferelen uit zijn boeken nog geen spat veranderd.

Getsemani, de artistieke buurt ten oosten van het koloniale centrum, komt vooral ’s avonds op gang. De terrassen rondom het centrale Plaza de la Trinidad puilen uit, terwijl het plein zelf als een openluchttheater voor allerhande artiesten en bands fungeert. Op de hoek, in Bar Demente, schenkt men naast moderne speciaalbiertjes ook ouderwets goede Dictador, het neusje van de zalm van lokale rum. Sinds december 2018 kunnen fijnproevers bovendien terecht bij een bijzonder restaurant, Celele, een paar straten verderop. Het wordt gerund door twee jonge chefs, Jaime Rodríguez en Sebastián Pinzón, die naar hun geboorteland terugkeerden nadat ze in de keukens van innovatieve Michelin restaurants in het buitenland hun sporen hadden verdiend. Eigenhandig bliezen ze veel vergeten of ondergewaardeerde tradities en ingrediënten uit de keukens van de Caribische kustregio weer een nieuw leven in, en ze presenteren deze met moderne technieken in een modern jasje.

Hun gastronomisch avontuur, dat begon met vele culinaire roadtrips die het tweetal maakte ter voorbereiding op de opening van het restaurant, is niet onopgemerkt gebleven. Nog voordat hun restaurant een jaar oud was, begon het chef-duo al de ene na de andere prestigieuze prijs in de wacht te slepen; in september 2019 werd Celele zelfs tot het meest veelbelovende restaurant van heel Zuid-Amerika uitgeroepen. Het tien-gangen tasting menu is een unieke reis langs de gastronomische tradities van de hele Caribische kust. Een mooie voorbereiding, want na een bezoek aan Cartagena smaakt Colombia gegarandeerd naar meer.

50 kilometer landinwaarts van Cartagena ligt het eerste onafhankelijke dorp van Amerika: San Basilio de Palenque. Het werd in de 17e eeuw gesticht door ontsnapte slaven. Vandaag de dag wordt het dorp geroemd om zijn unieke cultuur, taal en keuken. De vrouwen uit het dorp, met felgekleurde jurken en grote schalen fruit op het hoofd, zijn inmiddels een vaste verschijning in het straatbeeld van Cartagena — men noemt ze ‘palenqueras’.

blank

blank